zaterdag 16 november 2013

DeBalije Secretariaat

Aan Voorzitter vzwDeBalije
Boudewijn Thomassen



Gruitrode 2013 05 04



Betreft: ontslagname Secretaris en toekomstperspectief 



Boudewijn, zoals ik heb aangekondigd in de uitnodiging  voor een bijzondere Algemene Vergadering heb ik mijn ontslag ingediend  als lid van de Raad van Bestuur van vzwDeBalije. 

Ik hecht er aan om een toelichting bij mijn besluit te geven. Een vzw is immers geen kinderspel en een zorgvuldige afwikkeling is wel het minste dat we kunnen doen, zowel administratief als functioneel. Ik wil me ook om persoonlijke redenen verantwoorden, zodat de vergadering zowel als de Royse Gemeenschap een juist beeld kan krijgen van mijn beweegredenen. In een kleine dorpsgemeenschap komt men gemakkelijk tot al te voor de hand liggende verklaringen, die daarmee veelal het gehalte van een dooddoener niet overstijgen.

Waar ik me het afgelopen jaar vanuit ideologische doelstellingen, zoals verwoord in de Statuten, intensief heb bezig gehouden met het oprichten van een vzw ter behartiging van het culturele erfgoed van de Royse Gemeenschap, werd me de laatste maanden duidelijk dat het fundament voor een vzw meer en meer de eigenschappen  begon te krijgen van drijfzand. Dat is jammer, want hoewel de bezetting van RvB en AV in de aanvangsfase minimaal was, had die voldoende kunnen zijn als alle werkende Leden ook mee hadden gewerkt door enig elan te ontplooien. Ik moest echter constateren dat twee in mijn ogen prominente cultuurdagers, Jan en Louis, het moet gezegd, niet de aarzelingen van het begin konden overwinnen en niet tot een creatieve dragende opstelling konden komen. Onbedoeld waarschijnlijk gaven zij daarmee voortdurend te verstaan dat zij als leden van de AV niet de hechte basis konden vormden die de RvB nodig had om vruchtbare initiatieven te kunnen ontplooien. Toch, we weten het allemaal, slechts trouw aan gedane toezegging, en respect voor de eigen handtekening, kunnen de hechte basis vormen voor ontwikkeling en groei van de vzw. In feite leek men echter de mening toegedaan: "jammer, maar het kindje is te klein, dat wordt niks, laten we het maar aborteren". Ik kreeg meer en meer de indruk dat Jan en Louis moed aan het verzamelen waren om er uit te stappen, en dat ze zelf het besluit daartoe al genomen hadden. 

Op mij als secretaris werkte de aanhoudende reserve en het manifeste gebrek aan positieve betrokkenheid meer en meer demotiverend. Dat deed jammer genoeg ook afbreuk aan de persoonlijke verhoudingen. Ik kreeg tenslotte de indruk dat ik wellicht teveel op hen ingepraat had om hen erbij te houden. Dat had ik beter niet gedaan, dan was ieders positie eerder klaar en duidelijk geworden: "wat er niet in zit kan er ook niet uitkomen". Toen Boudewijn aankondigde dat hij, in verband met een lichamelijke aandoening, zo gauw als hij maar zou kunnen naar Frankrijk zou verhuizen, en dus anders dan voorzien nog maar een korte tijd als voorzitter zou kunnen functioneren, was mijn maat vol. Voor mij was dit alles bij elkaar de reden om mijn kap aan de wilgen te hangen, me als Secretaris uit de RvB terug te trekken, en een ander de kans te geven de kar van dit voor Roy toch interessante erfgoed-initiatief te trekken. Dat ikzelf nog weer eens kandidaten voor RvB en AV zou moeten gaan zoeken in een weinig tot niet geïnteresseerde Royse Gemeenschap, en als maar neen te moeten horen met de goedkope overweging: "geen tijd", stuitte me tegen de borst. Roy is voor zoiets kennelijk niet rijp, en ik ben geen cultuur-marskramer.

Het frustrerende perspectief dat ik na al het werk dat ik gedaan heb om tot oprichting van de vzw te komen, en om steeds maar weer leden te overtuigen er bij te blijven, deze ook nog weer eens zelf bij zou moeten gaan zetten in het graf van mislukte ondernemingen  was en is voor mij onverteerbaar. Ik verzoek de Vergadering dan ook om mij om deze niet bepaald swingende persoonlijke redenen van mijn taken als Secretaris te ontheffen, voor een vervanger te zorgen en overigens passende maatregelen te nemen.

Het kan zijm dat ik met mijn besluit de vergissing van mijn leven bega. Als de vergadering die mening is toegedaan, dan wil ik dat graag horen.

teleurgesteld, ja, maar zonder verbittering en welgemoed, 
kortom "soit et soif",
tot nog eens,.
Kees

Geen opmerkingen:

Een reactie posten